Dubbelklik hier om de afbeelding te veranderen
Over Henk en zijn werk

In de vijftiger jaren opgeleid tot keramist en als zodanig lange tijd werkzaam, ook als docent, begon hij zich steeds meer af te vragen, waarom het nodig is de klei zoveel geweld aan te doen. Moet een kunst die alles aan de aarde ontleent, zichzelf in het openbaar laten kennen als een van de "Kunsten van het vuur"?

Geobsedeerd door klei, begon hij in de tachtiger jaren klei en andere grondsoorten te mengen met kunsthars, cement, acrylaten en pigmenten, soms verwerkte hij ook koper. Hiermee creëerde hij innerlijke landschappen, zijn werkelijkheid die zijn weerslag vond in materieschilderijen. De mooie en interessante vormentaal die gecomponeerd werd, was geïnspireerd door de streken die hij bezocht (‘mijn kleine ontdekkingsreizen’ noemde hij ze) en de omgeving waarin hij woonde. De laatste jaren was dat het laaggebergte van de Limousin in het midden van Frankrijk. Dit zeer oude geërodeerde landschap, de oerstenen en rotspartijen, de rust van deze streek, de intense kleuren van de natuur, dit alles vormde een bezinksel in zijn geest. Maar ook de eeuwenoude kerkjes met door schimmels aangetaste muren, de fresco's of de bladderende, verbleekte restanten daarvan, vormden de voedingsbodem van zijn werk.

Een andere inspiratiebron vormde de etnografica, de tijdloze, onmodische kunstuitingen, die te maken hebben met de oerbeleving van de mens. Veel daarvan keerde terug in zijn ruimtelijke werk en ‘zijn sculpturen’ zoals hij ze zelf liever noemde. Het zijn verrassende combinaties van ‘objets trouvés’ en constructiematerialen zoals ijzer, touw en klei.
Voortvloeiend uit de sculpturen werd zijn werk op het platte vlak meer en meer figuratief en anekdotisch.

Hij erkende in zijn werk esthetiek na te streven; mooi mag! De gruwelijkheid die ons dagelijks wordt getoond door de diverse media, moet een tegenhanger hebben.
De 'aardse' kunst van Henk Erkelens doet denken aan zeer oude keramiek dat alle glanzende glazuur heeft verloren. Zo is hij de beeldend kunstenaar geworden die het aardse materiaal als schilderij deed herleven, de aarde onder onze voeten tot een stilleven maakte, versterkt door een prachtig sober kleurengamma.

Een titel kregen de werken meestal niet van de kunstenaar. De toeschouwer moet het werk op zijn eigen netvlies invullen, zelf een eigen kijk op de werkelijkheid geven. Het werk geleidt de kijker naar de schoonheid van het verval. Niet het dramatische of het romantische aspect daarvan, maar de onontkoombare logica van aantasting, afbrokkeling en verwering.

In zijn abstracties ging de kunstenaar een discussie aan met de tijd, hij riep de aantasting een halt toe, fixeerde de erosie en deed de kleuren bevriezen. Het werk dwingt tot nadenken, het geeft een minimale aanzet tot poëzie en leidt een daarvoor ontvankelijke toeschouwer tot bespiegelingen over het wezen der dingen en de sporen van leven die in de materie verborgen liggen.